Van de luchthaven van Athene tot de laatste afslag naar het huis.

Op de luchthaven van Athene

Of je nu met Aegean Airlines of een andere maatschappij vliegt, je komt aan op de luchthaven van Athene. Soms staat het vliegtuig direct aan een slurf, maar vaak ga je met een transferbus naar de terminal.

Volg de duidelijke borden naar de bagagebanden en kijk op het grote scherm op welke band je koffer komt. Na het ophalen van de bagage ga je door de douane, waarschijnlijk via “Nothing to Declare”. Meteen achter de deuren is de aankomsthal, waar chauffeurs, familieleden en taxidiensten wachten.

De procedure verschilt per autoverhuurder: sommige balies zijn in de luchthaven, andere bedrijven gebruiken een shuttle of een kantoor in de buurt.

Athene uitrijden

Je moet eerst een paar afslagen en bochten nemen voordat je goed op de snelweg in de juiste richting zit. Daarna wordt de route veel eenvoudiger.

Onderweg zijn meerdere tolpunten. Neem contant geld mee, liefst ook munten en kleine biljetten. In totaal ben je waarschijnlijk ongeveer €15 kwijt; veel losse bedragen zijn bijvoorbeeld €2,70 of €3,80.

Je rijdt door de buitenwijken van Athene. Je komt niet langs de Akropolis; die ligt de andere kant op.

Dwars over Evia

Je kunt Evia per veerboot of over de weg bereiken. Wij raden de weg aan, omdat de veerboot niet erg vaak vaart.

Bij Chalkida steek je over naar het eiland. De Straat van Evripos is beroemd omdat de waterstroom van richting verandert. Het eerste deel van Chalkida oogt oud en wat industrieel, maar laat je daar niet door misleiden.

Je rijdt verder langs de westkant van Evia en de Zuid-Euboeïsche Golf tot je Aliveri bereikt. Vanaf daar steek je het eiland over naar de groenere, bergachtige kant aan de Egeïsche Zee.

Het laatste deel gaat via Stomio en Platana omhoog naar Enoria.

Het laatste deel van de route

Aan de rand van Enoria sla je een steile, gecementeerde weg naar beneden in. Misschien zie je de geiten van Maria en Nick, lieve geitenhouders uit het dorp die uitstekend Engels spreken.

Je rijdt langs Linda’s mooie vakantiehuis, dat eruitziet als een oud stenen gebouw. Na haar huis stopt het cement en volgt een heel kort, compact stuk onverharde weg. In de zomer voelt dat bijna als asfalt.